Over dit
werk

Object details

Titel: 
De intrige
Datum: 
1890
Medium: 
olieverf op doek
Afmetingen: 
89,5 × 149 cm
Inventaris nummer: 
1856
Inscripties: 
rechts onder: Ensor/ 1890

Meer over dit werk

Libby Tannenbaum, die in 1942 in New York promoveerde met James Ensor, an Iconographic Study, was de eerste die de personages in Ensors kunst systematisch verbond met de leefwereld en biografie van de kunstenaar. Tal van auteurs hebben in haar voetsporen beweerd dat De intrige zinspeelt op het mislukte huwelijk van Mitche, Ensors jongere zus. Zij huwde op 31 augustus 1891 met de Chinees-Engelse handelaar in Chinese objecten Alfred Taen Hee Tseu. Hij woonde in Berlijn en had Mitche pas in maart 1891 ontmoet. Onmiddellijk na de huwelijksplechtigheid vertrok het koppel naar Berlijn. Vanuit haar nieuwe woonplaats liet Mitche geregeld weten hoe welvarend en gelukkig zij wel was. Ze had een miskraam, maar toen zij met haar man in de zomer van 1892 haar familie bezocht in Oostende, zag ze er volgens haar broer ‘zeer gelukkig uit en zeer dik’. Op 26 maart 1893 werd Alexandrine, het dochtertje van Mitche en Alfred Taen Hee Tseu, geboren. Enkele weken later vroeg Mitche haar broer om voor juridische bijstand te zorgen, omdat zij haar man zou verlaten. Even later woonden Mitche en haar dochter weer in Oostende.
Is De intrige een versluierde voorstelling van haar mislukte huwelijk? Het schilderij is ‘1890’ gedateerd en aan die datering wordt niet getwijfeld. Ensor exposeerde het werk bovendien in februari 1892. Er is geen reden om te veronderstellen dat hij al in 1890 wist dat zijn zus een jaar later een man zou ontmoeten met wie ze zou trouwen en die ze na de geboorte van hun dochter – en na de tentoonstelling van De intrige bij Les XX – zou verlaten.
Heeft Ensor in De intrige een gezelschap uitgebeeld dat carnaval viert? Of een huwelijksstoet? In de wereld van het carnaval in sommige Belgische steden was en is een ‘intrige’ een moment van vrijmoedige laster, met ‘verwijten’ als: ‘Jij bent een schuinsmarcheerder, een seksueel roofdier, een impotente slapjanus,’ en ga zo maar door. De man die wegduikt in zijn jas is hoe dan ook de gebeten hond en wordt omringd door vrouwen die hem voorstellen, met de vinger wijzen of met een grimlach bespotten. In een brief aan kunstcriticus Pol De Mont omschrijft Ensor zichzelf overigens als een ‘kunstenaar die ongetwijfeld niet van de vrouw houdt want in zijn composities mishandelt hij haar altijd’. Maar niet iedereen is de man vijandig gezind. Sommige deelnemers wentelen zich behaaglijk in hun eigen dwaasheid.
In de voorstelling ligt de focus op de zwaar overdreven gelaatsuitdrukkingen van de maskers – enkele worden meer dan een keer gebruikt – en op de handgebaren. Composities met een min of meer dynamische groep van personages ten halven lijve ontmoeten we in de schilderkunst van de 19de eeuw zelden of nooit. Ensor heeft dit schema voor het eerst gebruikt in de ets De zilverling van Caesar (1889). Voor de compositie van deze prent én De intrige werd hij geïnspireerd door een reproductie van Rubens’ Christus en de overspelige vrouw (ca. 1615, destijds in een Londense privéverzameling en sedert 1899 in KMSKB, Brussel). Omdat Ensor zijn irreële maskerfantasieën doorgaans realiseerde aan de hand van een enscenering van echte carnavalsmaskers, kleding en accessoires kwam deze vorm hem uiteraard goed van pas. Hij zal hem meermaals gebruiken voor gelijkaardige maskertaferelen. Behalve de algemene vorm vertoont in die taferelen ook het spel van gelaatsuitdrukkingen en handgebaren opvallende gelijkenissen. Misschien werd Ensor niet alleen door de vorm geïnspireerd maar ook door het thema: het overspel wordt aangeklaagd door een gezelschap van hardvochtige huichelaars.
De intrige is een van Ensors meest gereproduceerde werken. Het beantwoordt treffend aan zijn motivatie voor het schilderen van irreële maskerades: ‘Opgejaagd door navolgers heb ik mij teruggetrokken in het eenzame land van spotternije waar het masker heerst vol geweld, licht en schittering. Het masker zegt me: frisse tonen, een weelderig decor, brede onverwachte gebaren, felle uitdrukking, verrukkelijke turbulentie.’

Verwervingsgeschiedenis

Verzameling Ernest Rousseau, Brussel; geschonken aan het museum door een groep museumvrienden, zijnde Rosa von Gemmingen, mevrouw Georges Born, de heren Alphonse Aerts, Henri Fester, Charles Franck, François Franck, Louis Franck, Laurent Fierens, Charles Good, Théo Kreglinger, Ivan Maquinay, Enrique Mistler, Max Osterrieth en Maurice Speth, 1921.
Restauratie met steun van Exxon Mobil, 2005.
schenking van: groep museumvrienden 1921, 1921

Copyright en legaal

Deze afbeelding mag gratis gedownload worden. Voor professioneel gebruik of meer informatie kun je het contactformulier invullen. Lees hier meer.